WIJNBOUW MET VERMINDERD VERGIF MOGELIJK?

In deze website heb ik vaker melding gemaakt van het bovenmatige en veelvuldig gebruik van zowel chemische bestrijdingsmiddelen in de wijnbouw als ook de in de biologische wijnbouw toegepaste niet-chemische bestrijdingsmiddelen.

In de wijnbouw van Europa wordt veel meer vergif gespoten dan in andere landbouwsectoren. In Europa komt 60 % van de gebruikte fungiciden (= chemische bestrijdingsmiddelen ter bestrijding van ziektes bij planten/ dieren / mensen, veroorzaakt door schimmels) voor rekening van de wijnbouw en dat allemaal afgezet tegen het gegeven dat de wijnbouw slechts 5% van het Europees landbouwareaal betreft. In sommige EU-landen is ook in de ecologische wijnbouw het gebruik van koper en zwavel toegestaan om zich van oogst te verzekeren.

Dergelijke cijfers en aanpak passen niet echt in een tijdsbeeld waarin de consument op zoek is naar duurzaamheid en “eerlijke” producten. De huidige aanpak en werkwijzen in de wijngaarden komt het imago van de wijnboer, de wijn maar zeker ook de totale wijnbouwbranche niet ten goede. Ook de bio-wijnen hebben dit beeld niet echt in positieve zin kunnen bijstellen nadat in bredere zin bekend werd dat ook bio-wijnen, weliswaar niet met chemische bestrijdingsmiddelen, maar met het niet minder schadelijke kopersulfaat (Bordeauxse pap) worden bespoten. Ook t.v-programma’s als de “Keuringsdienst van Waarde” nemen geregeld het thema wijn en de werkwijzen in de wijnbranche onder de loep. En ook hierbij blijkt dat wijnboeren niet uitnodigend zijn om “in de keuken te laten kijken” tijdens het productieproces van druiventeelt tot en met afvullen van de wijn. Verder wordt op het etiket met geen woord gesproken over de gehanteerde toevoegingen in de wijn, het totale sulfietgehalte (spontaan ontstaan + toegevoegd sulfiet) enz. Bovendien kan volgens de Nederlandse wetgeving bij Nederlandse wijnen met een Beschermde Geografische Aanduiding (= BGA-wijn) 15% wijn van een andere wijnboer of uit een ander land worden vermengd met de “eigen” wijn, zonder daarvan melding te maken op het etiket. Hoe vaak en met welke bestrijdingsmiddelen deze toegevoegde wijn is behandeld zal niet altijd even duidelijk zijn, tenminste zeker niet voor de consument.

De reputatie van de wijn kan door bovenvermelde onder druk komen te staan. Dit is in ieder geval al in Frankrijk en Duitsland onderkend.

In Frankrijk is het ambitieuze programma ECOPHYTO 2 opgezet met het doel het pesticidegebruik tegen 2025 met 50% te verminderen. In Duitsland is er het NAP, een nationaal plan voor het op duurzame wijze toepassen van gewasbescherming.

Allemaal goede voornemens, maar onderliggend aan al die goede voornemens en inspanningsverplichtingen is een aantal toekomstige inspanningen van wezenlijk belang.

  • De Vitis Vinifera wijnstokken/druiven moeten robuuster worden; beter bestand tegen ziekteverwekkers. Mijns inziens is dit streven niet op korte termijn realiseerbaar omdat aanpassingen aan de  druivenstokken altijd meerjarig op proefvelden moeten worden “getest” en bovendien eerst 3 jaar na aanplant van een “nieuwe boorling” een eerste (matige) oogst mogelijk is.
  • De wijnbranche, maar zeker ook de consument een keuze (moeten) maken tot de aanplant van de “hybride-variëteiten”, waarbij hogere resistentie tegen ziektes is ingekweekt door kruising met andere tegen ziekten resistentere stokken. Dit ligt momenteel heel moeilijk bij de wijnboeren die uitsluitend de druif “Vitis Vinifera”  verbouwen; in hun ogen alleen gerechtigd om wijn van te maken. Onderstaand wordt hier nog nader op ingegaan. Maar ook de consument omarmt overwegend bekende namen als Riesling, Cabernet Sauvignon, Sauvignon Blanc, Chardonnay etc… De hybride tegenhanger van de Riesling is de Johanniter, een wijn met nagenoeg dezelfde smaak en kenmerken als de Riesling; alleen aanzienlijk minder gespoten. Maar het is de naam Riesling die in de hoofden beklijft.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                        Verder is er nog een aantal andere factoren die bovenvermelde voornemens onder druk zet.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              Eerder vermeldde ik al dat er wereldwijd een grote behoefte is aan wijnen die mensen dagelijks willen consumeren. Dit zijn veelal wijnen in het lager prijssegment ( tussen 3,5 en 5 euro per fles). Op zich wijnen met weinig pretentie, maar wel smaakvol als begeleider bij het dagelijks eten en in de avonduren bij de T.V. of gezellig samenzijn. Op zich dus niets mis mee. Maar een door een wijndrinker gewenst te betalen gemiddelde wijnprijs rond de 4 euro per fles kent uiteraard wel een bijbehorende teelthistorie en kostenbeheersing, want een (potentiële) klant moet uiteraard wel op zijn smaakprofiel worden bediend. Om een dergelijke wijn te kunnen maken moet er om te beginnen volume (= veel druiventrossen per wijnrank) worden geteeld en moet het risico van ziektes en belagers in de stok, loof en trossen zoveel mogelijk worden voorkomen. Veel volume betekent dat er nauwelijks of zelfs geen trossen worden weggeknipt om de resterende trossen een hoger suikergehalte en aroma’s te geven. Dergelijke wijnen moeten veelal in de wijnverwerking en smaakontwikkeling worden “geholpen” om een tevredenstellende wijn voort te brengen. Dit “helpen” kan zich op vele onderdelen voltrekken. Toevoegen van aroma’s, kleurstoffen, ontzuringsmiddelen, vermengen met andere wijnen, pimpen van de wijn, oa door toevoeging van Arabische gom etc. De keldermeester bepaalt uiteindelijk of er een go op de desbetreffende wijn wordt gegeven. Om een hoge productie van gezonde druiven te verkrijgen zullen de wijnboeren alle mogelijke risico’s zo veel mogelijk proberen uit te sluiten.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                          Het hanteren van de verdelgingsspuit ligt zodoende binnen handbereik.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            Vrijwel dagelijks worden we in de media geconfronteerd met wereldwijde klimaatverandering. De gevolgen hiervan zijn wereldwijd zichtbaar merkbaar. Afbrokkeling van gletsjers, verhoging van de zeespiegel, wereldwijde ophoging van de temperatuur, natuurrampen, klimaatwijziging etc. Ook de wijnbouw wordt hier rechtstreeks door beïnvloed. De temperaturen zijn inmiddels zodanig opgelopen dat reëel mag worden verwacht dat in Zuid- Nederland binnen enkele decennia de temperaturen van het Bourgognegebied geldend zullen zijn en hier dus een mooie Pinot Noir kan worden vervaardigd. Voor Frankrijk zijn deze ontwikkelingen niet al te best. Hogere temperaturen betekent voor de thans aangeplante druivenvariëteiten dat er een dusdanig hoog suikerniveau zal worden bereikt, dat de druiven gemakkelijk na het  vergisten een alcoholpercentage van 14-15-16% kunnen behalen. Dit geeft echter een brandig gevoel in de afdronk. Voor witte wijnen zou de schade nog enigszins kunnen worden beperkt door de wijnen bij een alcoholpercentage van 13% af te stoppen waardoor wijnen met een restsuiker zullen ontstaan. Voor dergelijke wijnen is slechts een (beperkte) markt. Witte wijnen worden bij voorkeur droog gedronken. Dat geldt zeker voor rode wijnen. Dat betekent dat bij de vergisting van de most alle suikers zijn omgebouwd naar alcohol. Hoe meer suikers, hoe hoger het alcoholpercentage. Er bestaat echter een natuurlijk omslagpunt in de wijnbeleving in relatie tot het alcoholniveau in de wijn. Buiten het reeds vermelde branderige gevoel in de afdronk geeft de ophoging van het alcoholpercentage in wijnen ook beperkingen in de mate waarin het lichaam de opgenomen alcohol moet verwerken. De wettelijke toegestane waarden alcohol in het bloed, om nog aan het openbaar wegverkeer te mogen deelnemen, zullen bij een toename van het alcoholpercentage in de wijnen vlugger worden bereikt.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            De onder bovenvermeld punt opgetreden wereldwijde klimaatwijziging heeft, buiten de opwarming van de aarde, ook gevolgen in de grilligheid en het ontstane onbestendige klimaat. Langdurige droogte wordt afgewisseld met langdurige regenperiodes. Ook extreme temperatuurschommelingen zijn geen uitzondering meer. Hagelbuien – met soms hagel zo dik als kleine tennisballen – kunnen allesvernietigend zijn voor een wijngaard. In Frankrijk is dit de achterliggende jaren meer dan eens aan de orde geweest. In het voorjaar van 2017 liepen de scheuten en vervolgens de bloei van de vroege variëteiten – op mijn tegen de kou goed beschutte wijngaard- heel vroeg uit als gevolg van de aanhoudende hoge temperaturen. Op een nacht met een temperatuur minus 7 graden C zijn deze jonge scheuten geheel bevroren. Zelfs de bladeren en bloei van de naast groeiende walnotenbomen waren 100% bevroren. Dit heb ik in mijn leven nog nooit eerder meegemaakt.Hoge temperaturen vormen een ideale leefomgeving voor o.a. het Suzuki-fruitvliegje die met name bij rode druiven vernietigend kunnen zijn. Lange blad-nat-periodes staan garant voor het ontstaan van schimmels op de bladeren en in de druiventrossen. Zowel preventief als curatief vraagt dit om veelvuldige bespuitingen tegen schimmelvorming. De bladeren moeten immers gezond blijven omdat de groei en het afrijpen van de druiven verloopt via de fotosynthese van de bladeren. Geen gezonde bladeren, geen kwalitatieve druivenoogst!!                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                              Ook deze ontwikkeling draagt niet echt bij in een verminderd gebruik van bestrijdingsmiddelen.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                Bovenstaande kan vrijwel automatisch worden verknoopt met de noodzaak tot het ontwikkelen van druivenrassen die aansluiten op bovenvermelde ontwikkelingen. Het valt niet te ontkennen dat de traditionele druivenrassen, behorende tot de familie “vitis vinifera” in negatieve zin gevoelig zijn voor de vermelde wijziging in het klimaat, met name bij de bestrijding van schimmels. Om uiteindelijk gezonde druiven te kunnen oogsten moet er vaker worden gespoten met zowel chemische als “biologische” bestrijdingsmiddelen. Dit staat in schril contrast met een toegenomen vraag naar milieubewuste en natuurzuivere voedings- en genotsmiddelen. Alle relevante partijen doen er alles aan om de consument niet te informeren over de wijze waarop de ziektes via bespuitingen zijn voorkómen of bestreden. Geen woord over het aantal en soort bespuitingen en de noodzakelijke wachttijden bij toegepaste bespuitingen. Ja zelfs het tegenovergestelde wordt via allerlei nepinformatie over ons heen gestrooid. Zoals: “rode wijn is goed voor hart en bloedvaten omdat het resveratrol bevat”. Klopt, maar zo weinig dat tientallen flessen per dag moet drinken om dit stofje actief te maken in het lichaam. Nog zo’n onzin: Biologische wijnen zijn gezonder en lekkerder dan traditioneel vervaardigde wijnen. Alsof er biologische druivenranken zouden bestaan die geen schimmels en ziektes kunnen krijgen. Niet dus!! Dan maar bespuiten met het niet-chemische bestrijdingsmiddel kopersulfaat dat als zeer giftig voor het lichaam moet worden aangemerkt. Omdat koper een natuurproduct is, valt het niet onder de noemer chemische bestrijdingsmiddel, maar mag het BIO worden genoemd. En met dit product (op de verpakking vaak Bordeauxse pap genoemd)  worden ook de aardappels, tomaten, paprika’s, aubergines  en vele andere producten bespoten. Wie houdt wie nu voor het lapje??? Door de toevoeging “Biologisch” wordt de (potentiële) klant een beeld en gevoel aangereikt dat hij te maken heeft met een gezond(er) geteeld / vervaardigd product.                                                                       En ook nog lekkerder ook, zo wordt veelal gesteld. Deze illusie krijg je er niet gratis bij. Bio-wijnen zijn immers veel duurder dan de traditioneel vervaardigde wijnen. De markt voor biologische wijnen is de laatste jaren enorm gegroeid. En de gebruiker betaalt graag iets meer om de illusie voor zichzelf en de producent in stand te houden. Is er dan geen andere mogelijkheid om milieubewuster een wijn te maken die ook nog mondstrelend kan zijn en tegen een aantrekkelijke prijs????? Het antwoord op deze vraag is EEN DUIDELIJK JA.                                                                                                                                                                                                                                                                     Onderstaand wordt dit nader uitgewerkt.                                                                                                                    Bovenstaand maakte ik melding van de wereldwijd toegepaste druivenstok  “vitis vinifera” bij de vervaardiging van wijn. Met name onder invloed van een toegenomen vraag naar milieubewustere teeltmethoden in de akker- en wijnbouw, maar zeker ook in de voedingsmiddelenindustrie ontstond er een tendens “het bestaande” aan een kritische beschouwing te onderwerpen. Zonder enige tegenwerping werd geconstateerd dat de toegenomen klimaatswijziging (zie bovenstaand punt 2) de toegepaste teeltmethode van de “vitis vinifera” nog verder onder druk zette. De spuitintensiteit met chemische en “biologische” bestrijdingsmiddelen vroeg bij velen om een herbezinning, een zoektocht, nader onderzoek en productinnovatie van de wijnstokken. Op proefvelden werd langdurig geëxperimenteerd. Bestaande vitis vinifera wijnstokken werden gekruist met andere variëteiten als ook met wilde variëteiten, waarvan was komen vast te staan dat deze niet of nauwelijks gevoelig waren voor schimmels. Vervolgens werden deze weer teruggekruist met stokken uit de familie Vitis Vinifera; zo vaak dat aantasting door schimmel /ziektes weer om de hoek kwam kijken. Indien dat het geval was, werd weer teruggegrepen op de voorlaatste gekweekte variant. Deze werd dan langjarig “getest” op een proefveld om te bekijken of de gekweekte variant zich na verloop van tijd zich alsnog zou muteren tot schimmelgevoelig. Een proces van de lange adem. Indien de resultaten langjarig bevredigend en stabiel waren, werd de nieuwe variëteit ter vermeerdering vrijgegeven. Een nieuwe PiWi  (PilsWiederstandsfähig = weerbaar tegen schimmels) druivenstok, weerbaar tegen schimmels was officieel geboren. In dat traject is ook de PiWi “Regent” ontwikkeld. Aangekondigd als een hoge schimmelweerbaarheid. Deze druif werd vrij massaal aangeplant in Nederland alsook in de landen om ons heen. Totdat jaren later bleek dat deze druif zich onder bepaalde omstandigheden alsnog muteerde tot schimmelgevoelig. In de jaren die volgden werden grotere successen geboekt. Zo werd de Riesling gekruist en teruggekruist en ontstond de “Johanniter”. Deze bleek niet meer ontvankelijk voor aantasting door echte meeldauw (witte schimmel bovenop het blad) en een verbeterde weerstand tegen valse meeldauw (schimmel aan de beneden zijde van het blad). Ook was er een verbetering waarneembaar ten aanzien van de botrytis (schimmel in de trossen). Verder was er een hogere suikervorming en kon de druif een aantal weken eerder worden geoogst dan de Riesling, hetgeen ook weer ten goede kwam aan een hoger besmettingsgevaar voor schimmel tijdens de koudere en vochtigere nachten in het najaar. Het resultaat was een hybride-variëteit (Johanniter) met als eindresultaat een mooie frisse wijn met een duidelijk Rieslingkarakter. Ook deze wijnstok is op grote schaal aangeplant in Nederland en zelfs in Denemarken alsook in België en Duitsland. In dit rijtje ontbreekt echter Frankrijk. Bij wet is immers verboden om in de officiële wijnbouw andere druiven aan te planten dan de vitis-vinifera. Het waarom behoeft geen uitgebreid betoog. De commerciële belangen zijn immers groot; ook voor de toeleveringsindustrie van de wijnbouw. Minder behoefte aan chemische bestrijdingsmiddelen vertaalt zich immers ook door naar de producenten van deze producten. Een (toenemende) vraag naar wijnen van PiWi-variëteiten verhoudt zich natuurlijk ook naar een afnemende vraag van wijnen van de vitis-vinifera-druivenranken. En het duurde niet lang voordat er op meerdere fronten naar elkaar met modder werd gegooid. Wijn van de inmiddels vele PiWi-variëteiten zou volgens de wijnbouwers met Vitis-Vinifera-variëteiten niet als wijn mogen worden benoemd. Op internet wordt hierover zelfs openlijk een heftig meningsverschil uitgevochten tussen een verschillende wijnbouwers. Het woord “bedrog” vliegt hierbij zelfs over de toonbank. Kern van deze hele discussie is de aanwezigheid van Anthranilzuur. Het in Amerikaanse druiven aanwezig Anthranilzuur gaat in de wijn een chemische reactie aan met de alcohol. Hierdoor ontstaat er volgens de tegenstanders van de hybride-variëteiten een onaangename geur, ook wel “foxy” genoemd. Verder is er ook tussen verschillende Limburgse wijnboeren een haast onoverbrugbaar meningsverschil over ditzelfde thema. Aan de ene zijde de wijnboeren die uitsluitend wijnen produceren van de traditionele Vitis Vinifera en aan de andere zijde wijnboeren die gekozen hebben voor de hybride-variëteiten oftewel PiWi’s.  Opvallend is dat bij blinde proeverijen van bijvoorbeeld Rieslingwijnen (= vitis vinifera) de blind verstopte Johanniterwijn (= hybride oftewel PiWi) deze laatste wijn geregeld met de eerste prijs aan de haal ging. De aan de Johanniter toegeschreven foxy-geur wordt kennelijk niet door de kenners waargenomen of onderkend. En natuurlijk waant iedere uil zijn jongen een valk.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                            Mijn conclusie.                                                                                                                                                               De primaire vraag of de commerciële wijnbouw het 100% zonder het gebruik van vergif (chemische bestrijdingsmiddelen en de als biologisch genoemde kopersulfaat) kan stellen, dient volgens mij met NEEN worden beantwoord. Wel zou zeer zeker een lager / minder frequent gebruik als inspanningsverplichting haalbaar zijn. Nu dat de wijnproductie in Nederland groeiende is, zou de overheid het gebruik van bespuitingen in de wijnbouw strakker moeten reguleren en uiteindelijk ook controleren. Wel dient te worden aangetekend dat de commerciële wijnboer zich nl. dient te verzekeren van een gegarandeerd inkomen en zal hij in dat kader alle mogelijke risico’s zo veel mogelijk willen uitsluiten. Daarbuiten bestaan er ook nog risico’s die niet of nauwelijks kunnen worden voorkomen, zoals vorst, hagelbuien, storm, koude- en regenperiodes en te weinig zonuren. De overheid zou de aanplant van hybride-variëteiten kunnen stimuleren.