WIJNONZIN.

WIJNONZIN.

Over wijn wordt heel wat geschreven en verteld. Jammer genoeg is niet alles overeenkomstig de werkelijkheid en de waarheid. Onwetendheid, maar zeker ook andere belangen kunnen hieraan ten grondslag liggen. Maar al te vaak worden via de media berichten de wereld ingeslingerd die op enigerlei wijze zijn gemanipuleerd of erger nog, vanwege andere (vaak eigen commerciële) belangen wereldkundig worden gemaakt. Verder zijn er natuurlijk ook nog verouderde opvattingen die tegenwoordig nog als geldend worden vermeld. Nieuwe inzichten en bevindingen, vaak op basis van wetenschappelijk of empirisch onderzoek, brengen geregeld nieuwe denk- en handelwijzen voort. Bij onbekendheid hierover wordt “het oude bekende woord” nog als enige waarheid verkondigd, zodat er hierbij zeker geen sprake kan zijn van kwade opzet. Zo hoorde ik recent nog een gerespecteerd persoon in het wijnwereldje tijdens een presentatie en aansluitende proeverij vol vuur vertellen dat bij het drinken van wijn de verschillende smaakonderdelen van wijn, te weten zoet, zout, zuur en bitter – verdeeld over de verschillende onderdelen van de tong – worden waargenomen. Een grote afbeelding van de tong met daarop de verschillende vermelde smaakgebieden moest het geheel onderstrepen. Dit is een geheel achterhaalde zienswijze op basis van wetenschappelijk onderzoek. En toch hoor ik ook nu nog heel regelmatig dat dit achterhaalde verhaal met volle overtuiging wordt verteld. In deze website wordt in het onderdeel “degusteren” hierop uitgebreid in gegaan.

Enkele andere voorbeelden van geregelde uitlatingen die met de nodige scepsis moeten worden benaderd.

  • Biologische wijnen zijn gezonder en veelal smaakvoller dan traditioneel vervaardigde wijnen. 
  • Het drinken van enkele glazen wijn is goed voor hart- en bloedvaten omdat wijn antioxidanten bevat.
  • Het drinken van rode wijn is gezond omdat rode wijn het stofje resveratrol bevat.
  • De hoofdpijn – na het drinken van wijn – wordt veroorzaakt door de in de wijn aanwezige sulfiet.  
  • Deze wijn heeft een médaille-d’or sticker; dan moet het zeker een lekkere wijn zijn.
  • De mineralen van de bodem van deze wijngaard zijn herkenbaar te proeven in de wijn.
  • etc……

Bovenstaande “beweringen” komen op de relevante onderdelen van deze website nader aan de orde.

Wijn als “commercieel” product.

Zoals bekend zijn er in elke branche van de voedingswaren- en drankindustrie lobbyisten actief met als primaire doel het door hen vertegenwoordigde product breder en gerichter in de markt te zetten ter verkrijging of vergroten van het marktaandeel. Reclame doet daar vaak nog een schepje bovenop. Een verbinding leggen van een aan de man te brengen product naar gezondheid, vitaliteit of anderszins  is een vaak toegepaste strategie. Ook in de wijnindustrie is dit niet anders. Sommige zaken worden al dan niet bewust naar de consument onthouden of net aangedikt of bewust verkeerd voorgesteld. Op een wijnetiket staat bijvoorbeeld niet vermeld welke en hoeveel toevoegingen de wijn heeft ondergaan in het gehele traject van wijn maken. Ook wordt ten aanzien van sulfiet bij biologische wijnen op het etiket vermeld “geen sulfiet toegevoegd”. De consument wordt daardoor vaak op het verkeerde been gezet en denkt dat er geen sulfiet in de wijn zit. De werkelijkheid is dat er wel degelijk sulfiet in de wijn zit omdat deze stof van nature/automatisch wordt aangemaakt tijdens het gistingsproces.

Waarom schrijft de overheid een correcte informatievoorziening niet dwingend voor, net zoals dat bij de levensmiddelenindustrie geldt? Het zou wel eens een erg groot etiket kunnen worden achterop de wijnfles en de consument zou zich bij het lezen van alle op het gehele etiket genoemde toevoegingen in de wijn wel eens achter de oren kunnen krabben en uiteindelijk besluiten liever een ander drankje te kopen.

Ook wordt angstvallig vermeden te communiceren, laat staan melding te maken over hoeveel maal de druiven met welke chemische bestrijdingsmiddelen (bij de traditionele wijnbouw) in de wijngaard zijn gespoten om de bladeren gezond te houden en de schimmelvorming in de trossen zoveel mogelijk buiten de deur te houden. Bij biologische wijnen wordt niet vermeld dat de wijngaard weliswaar niet met chemische bestrijdingsmiddelen is gespoten maar dat in de plaats daarvan veelal het zeer giftige kopersulfaat (= natuurlijk product) als bestrijdingsmiddel wordt gebruikt. Ook is er geen / nauwelijks controle op de verplichte wachttijden waarop druiven na de laatste bespuiting mogen worden geoogst.

Conclusie: Ook de wijnbouw en het vervolgens vermarkten van de wijn heeft te maken met  eigen gecreëerde werkelijkheden. De financiële belangen zijn groot ( inclusief tbv de overheid). De consument  moet tevreden worden gesteld in de kwaliteit en prijs van het product. Daarbij past een daarop toegesneden marketing, inclusief het gegeven dat er “soms” ook zaken beneden de werkelijkheid en de waarheid moeten worden gecommuniceerd.

Onderstaand, maar ook op andere plekken van deze website, komt dit gegeven meerdere malen terug. Nu dat ik meer dan 35 jaar mijn eigen wijn maak en sinds 16 jaar ook mijn eigen wijndruiven verbouw, kan ik mezelf met open ogen in de spiegel aankijken en proosten met een eerlijke en smaakvolle HOME-MADE wijn.

Als verdediging naar de wijnindustrie moet ik natuurlijk wel opmerken dat wijnboeren niet de risico’s kunnen en willen nemen, waartoe ik wel bereid ben. Er zullen natuurlijk enige garanties moeten zijn dat er aan het eind van de rit inkomsten staan tegenover de vele investeringen van de wijnboer. Bij hem zal uiteindelijk de schoorsteen ook moeten roken. Maar het zou natuurlijk wel mooier en eerlijker zijn als de consument breder en oprechter over het gehele traject van wijn maken zou worden geïnformeerd. Hij zou dan een meer weloverwogen keuze kunnen maken over het aangeboden product.

Onderstaand wordt per onderdeel dieper ingegaan op een aantal hardnekkige mythes over wijn.

Mythe A. Oude wijn is beter dan jonge wijn.

Soms, maar meestal niet. Het is van belang dat goede wijn ook op het goede moment dient te worden geschonken / gedronken om zo ook het meest hiervan te genieten.

Als uitgangspunt geldt dat 98% van alle witte wijn binnen één jaar na de oogst moet worden geconsumeerd. Voor rode wijn is dit percentage 90%. Zodoende wordt optimaal genoten van de jonge fruitige smaak. Dit betekent natuurlijk niet dat deze wijnen ondrinkbaar zijn als ze op een later tijdstip worden gedronken. Bij consumptie-wijnen zal er echter weinig resteren als deze fruitige smaak geheel of grotendeels is verdwenen.

Overigens heeft een oude wijn geen verkeerde gevolgen voor de gezondheid. Het is vervolgens ook niet aan te bevelen een te oude wijn dan maar te gebruiken voor het maken van sauzen en stoofschotels, tenminste als in het recept daarom wordt gevraagd. Er kan altijd nog azijn van worden gemaakt, tenminste als er enkele dagen voor gebruik hiervan iets rode wijnazijn aan de wijn is toegevoegd, noodzakelijk voor de omzetting naar wijnazijn.

Maar het liefst wordt goede wijn natuurlijk gedronken op zijn hoogtepunt. Dit vraagt vooraf echter ook naar de ideale bewaaromstandigheden. Liefst op een donkere plek ( bijv.in een kelder) met een constante koele temperatuur, niet te vochtig of te droog en bij voorkeur trillingvrij.

Categorie 1.

Als uitgangspunt geldt dat alle via het grootwinkel-kanaal aangeboden wijnen ( indicatief onder 10 euro) ook direct gedronken mogen worden; hierop zijn natuurlijk ook enige uitzonderingen te maken. Veelal geldt: “hoe jonger hoe beter”. Kijk dus altijd of er in de aangeboden wijnvoorraad van dezelfde wijn in deze categorie ook jongere jaargangen beschikbaar zijn. Oudere jaargangen staan reeds veel langer in het licht en veelal gepaard gaande met temperatuurschommelingen.

Een verdere tip; wijnen van het zuidelijk halfrond (Australië en Zuid-Afrika) zijn van hetzelfde jaar altijd een half jaar ouder omdat ze reeds rond mei worden gebotteld en deze zijn niet meer op tijd voor onze zomer in Europa beschikbaar. Dit is dan ook de reden waarom er in Europa zo weinig rosé uit deze landen verkrijgbaar is.

Categorie 2.

Dan is er vervolgens de categorie wijnen, die wat langer bewaard kunnen worden. Deze wijnen hebben vaak iets meer te bieden dan de bovenvermelde categorie. Toch zijn deze wijnen ook binnen 1-2 jaar op dronk, maar hebben daarna nog een bewaarpotentieel van 3-4 jaar, waarin de kwaliteit redelijk tot goed blijft behouden, maar waarin de wijn zeker niet beter van kwaliteit zal worden. Snel drinken van deze wijn betekent dus meer fruitig aroma en tonen van bijvoorbeeld nieuw eikenhout. Bij het langer bewaren van deze wijnen vervagen deze smaakeigenschappen en worden bijvoorbeeld de tannines van het jong eikenhout zachter en milder. Elk half jaar proeven van eenzelfde wijn en proefnotities maken, helpen natuurlijk het verloop van smaakpatroon te volgen en uiteindelijk de persoonlijke voorkeuren te kunnen bepalen.

Categorie 3.

Deze categorie wijnen vraagt echt een aantal jaren om op dronk te komen; dus kwaliteitsverbetering door middel van rijping. Het betreft hier dus een heel klein percentage van alle aangeboden wijnen; 2% van de witte en 10% van de rode wijnen. Veelal betreft het hier wijnen boven de 15 euro per fles. Uiteraard hebben sommige jaren een beter bewaarpotentieel dan andere. Maar zelfs in algemeen aangeduide goede wijnjaren zijn niet alle wijnen de beste bewaarjaren. Bewaarwijnen dienen immers voldoende en gebalanceerde zuren en tannines te hebben en hete zomers kunnen wel eens zorgen voor een disbalans hierin. Parallel aan de betere wijnen zijn natuurlijk ook de bijbehorende hogere prijzen. De grote vraag naar deze wijnen vanuit Amerika en de Aziatische landen heeft een prijsopdrijvende werking.

Mythe B. Koel wijn nooit in een diepvriezer.

Het gebruik van de vriezer is minder knoeierig dan een emmer met ijs ( en water ) en de wijn koelt veel sneller in de diepvriezer dan in de koelkast. Het kan absoluut geen kwaad, al is het wel noodzakelijk om de fles niet te vergeten. Zet dus een kookwekker.

Mythe C. Rode wijn moet worden gedronken op kamertemperatuur.

Dat smaak en temperatuur onverbrekelijk met elkaar zijn verbonden, hoeft weinig betoog. Dat geldt voor eten, maar zeer zeker ook voor het drinken van wijn.

Als gesproken wordt over kamertemperatuur van te drinken wijn, heeft dit een relatie en verwijzing naar de periode dat mensen in kastelen rode wijn consumeerden. De kamertemperatuur in die periode lag meestal tussen 16-18 graden Celsius. Daarvan is heden ten dage geen sprake meer. De kamertemperaturen in onze westerse huiskamers variëren van 20-22 graden Celsius. En dat is beslist geen geschikte drinktemperatuur voor rode wijnen. Zoals bovenstaand vermeld, worden rode wijnen steeds meer gemaakt om jong te consumeren. Zodoende zijn deze jongere wijnen lekkerder als ze licht gekoeld worden geserveerd. Rijpere wijnen komen meer tot hun recht bij een serveertemperatuur van 18 graden Celsius. Deze temperatuur doet de frisse kanten van de jonge fruitige rode wijn beter tot zijn recht komen. Indien deze wijn te warm wordt, krijgt de alcohol de overhand waardoor de wijn uit balans raakt. Nu kan de temperatuur van de wijn natuurlijk worden gemeten met een wijnthermometer, maar een beter instrument is de eigen smaak. Selecteer op lekker en minder lekker; de temperatuur van de wijn is daarbij uiteindelijk niet bepalend of van belang. Uitproberen is hierbij het advies; bijvoorbeeld 1 fles in een warme huiskamer en 1 fles in de koelkast. Trek ze beide open en proef welke je de lekkerste vindt. Als je moet kiezen, neem dan liever voor iets te koud dan voor te warm; een wijn warmt eerder iets op dan dat deze afkoelt.

Mythe D. Oude wijn moet je decanteren.

Als je wijnliefhebbers vraagt hoe oude wijnen moeten worden geserveerd, krijg je vrijwel altijd  te horen dat oude wijnen moeten ademen. Ook het decanteren van de oude wijn via een decanteerkaraf zal in één adem met de eerstgenoemde handeling worden genoemd.

Beide handelingen kunnen dus in één behandeling gebeuren door middel van het overgieten van de wijn in een ruime karaf waardoor de wijn extra contact met zuurstof krijgt. Verder kan de wijn op deze manier worden gescheiden van het (eventueel) aanwezige bezinksel, ook wel droesem genoemd.

Het bezinksel in rode wijnen is niets anders dan samengekleefde rode kleurstoffen en tannines. Bezinksel zal dus vrijwel uitsluitend aanwezig zijn in oplegwijnen en zoals gesteld onder bovenstaand punt A (oude wijn is beter dan jonge wijn ?) bedragen oplegwijnen slechts een heel klein percentage van de aangeboden rode wijnen. Of er bezinksel in een fles wijn aanwezig is, kan het beste worden gecontroleerd door de fles wijn voor een sterke lamp te houden. Indien geen bezinksel wordt waargenomen, hoeft de wijn om die reden ook niet te worden gedecanteerd. Wordt wel bezinksel waargenomen, zet de fles dan enkele dagen rechtop waardoor het bezinksel naar de bodem kan zakken. Vervolgens kan de wijn voorzichtig uit de fles worden geschonken. Het laatste gedeelte is dan niet meer drinkbaar, maar dat geldt evenzeer als de wijn wordt gedecanteerd.

De combinatie van oude wijn in relatie tot zuurstof is van een andere orde en iets meer complex. Oude wijnen hebben normaal gesproken tijdens de lagering veelal reductief doorgebracht; dwz vrijwel geen contact gehad met zuurstof. Bij goede wijnen ontwikkelt zich in de loop der jaren een fijn bouquet. Bij het decanteren krijgt de wijn een plotseling en geforceerd contact met zuurstof. Deze intense reactie met zuurstof is het heftige begin van oxidatie of anders gezegd een reactie met zuurstof. Als een wijn te lang of teveel wordt blootgesteld aan zuurstof, ontstaat er azijnsteek. Bij jonge wijnen kan dat enkele dagen duren voordat dit gebeurt, maar bij oude wijnen kan een paar uur al voldoende zijn. Zo kan het dus gebeuren dat een oude fles vrijwel direct na de opening smaakt en ruikt als een godendrank en diezelfde wijn hele korte tijd later volledig over de top is en zelfs al een azijnsteek heeft. Bij een gevorderde azijnsteek krijgt de wijn een harde en scherpe smaak, vaak vergezeld met een typische lijmgeur (veroorzaakt door ethylacetaat als gevolg van een reactie van het ontwikkelde azijnzuur met de alcohol).

Uit bovenstaande kan het volgende worden geconcludeerd:  

*Indien je de wijn wilt decanteren, schenk hem dan zo vlug mogelijk aan je gasten.

*Als je de wijn voorzichtig wilt laten ademen, laat hem dan in de fles zitten.

Mythe E. Een wijnfles met een diepe “ziel”  bevat meestal een goede wijn.

 

Laat ik maar gelijk ingaan op het mythische van deze veronderstelling.

Vroeger werden wijnflessen geblazen door een glasblazer. Zodoende ontstond er een bolle onderkant, die handmatig naar binnen werd gedrukt om de fles stabiel te kunnen laten staan. De holle bodem van een wijnfles wordt “de ziel” genoemd. Een bijkomend voordeel was dat het bezinksel zich verzamelde in het diepste punt van “de ziel ” . Hierdoor ging er ook relatief weinig wijn verloren bij het schenken van het laatste deel wijn uit de fles. De ziel is er tegenwoordig alleen maar voor de sier.

Flessen met een diepe ziel zijn duurder in de productie en worden vaak wel gebruikt in combinatie met duurdere wijnen. Maar daaruit kan niet de conclusie worden getrokken dat een diepe ziel in de fles per definitie in relatie met de kwaliteit van de wijn moet worden gebracht. Voor de ontwikkeling van de wijn met een oplegpotentieel heeft de aanwezigheid van de ziel in de fles geen enkele betekenis en biedt dus ook geen enkele garantie voor een kwalitatieve wijn.

Ook is duidelijk dat de consument /koper bij de beoordeling van een wijn vaak moet / wil afgaan op de buitenkant; dus op de fles en het etiket en overige opmaak. De wijnmaker kan voor een fles met een diepe ziel hebben gekozen door bijvoorbeeld traditie, marketing of anderszins.

Ook hoor je regelmatig zeggen dat de diepe ziel in de fles ervoor zorgt dat het bezinksel beter neerslaat en achterblijft bij het uitschenken. Wijnen worden tegenwoordig zo goed gefilterd en vooral jong gedronken, dat bezinksel tegenwoordig bijna niet meer voorkomt (uitgezonderd een handjevol klassieke bewaarwijnen).

Misschien mogen we als volgt concluderen. Zolang consumenten bereid zijn meer geld te spenderen aan luxe flessen met een diepe ziel, geeft de fles een meerwaarde aan de beleving en waardering van het product. Het geloof, de illusie en de marketing gaan hierbij vaak hand in hand. En ongetwijfeld zullen er vele momenten zijn waarop de consument en zijn mede-wijndrinkers in gezamenlijkheid concluderen dat de gedronken wijn van voortreffelijke kwaliteit was en laat die wijn dan ook nog in een fles te zitten met een mooie diepe ziel. Iedereen blij!!!!!!!!!!!!!!!!!

Mythe F. Je kunt een goede wijn herkennen aan het feit, dat hij mooi aan de binnenzijde van het glas blijft hangen.

Hoe vaak hoor ik tijdens een wijnproeverij of beschouwingen van wijnliefhebbers over een bepaalde wijn, dat breed wordt uitgeweid over de constatering hoe mooi de wijn aan de binnenzijde van het glas “blijft hangen”. In het verlengde van dergelijke opmerkingen liften bewoordingen als “mooie glycerol”, “brede en smalle kerkramen” als vanzelf mee in deze wijnbeoordelingen.

Laat ik proberen zo eenvoudig mogelijk het fenomeen stroperigheid – oftewel viscositeit – toe te lichten. Wijn is een mengsel van alcohol en water. Wijnen met een hoger alcoholgehalte hebben een hogere viscositeit. Verder spelen het suikergehalte en extractgehalte hierbij mee. De “tranen” na het walsen zijn hiervan ook het gevolg. In het dunne laagje wijn aan het glas, verdampt de alcohol sneller dan water. Deze dunne laag klimt omhoog door het verschijnsel “capilariteit’. Hoe hoger de vloeistof klimt, des te meer krijgt zij de neiging druppels te vormen. Meer alcohol zorgt dus voor meer tranen. Glycerol speelt bij dit fenomeen geen enkele rol.  Het komt dus niet door glycerine of pectine, maar wel door alcohol, water, extract en suiker.

Iets technischer is de onderstaande verklaring uit Wikipedia, maar deze komt in feite overeen met bovenvermelde verklaring.

Marangoni-effect.

Het Marangoni-effect bij een glas wijn met een alcoholpercentage van 13,5% is goed te zien in diens schaduw.

Het Marangoni-effect oftewel het tranen van wijn (ook wel aangeduid als het Gibbs-Marangoni-effect), is het verschijnsel dat kan worden waargenomen wanneer een glas met alcoholhoudende drank een tijdje blijft staan. Het ziet eruit als een ring aan de binnenkant van een glas net boven het vloeistofoppervlak waarvan kleine druppels vallen. Het temperatuursafhankelijk Marangoni-effect wordt ook wel thermo-capillaire convectie genoemd.

Het effect werd genoemd naar de Italiaanse natuurkundige Carlo Marangoni, die er zijn doctoraatsthesis over schreef (1865).

Verklaring.
Dit effect is een gevolg van het feit dat ethanol een lagere oppervlaktespanning heeft dan water. Als ethanol wordt gemengd met water, zal het gedeelte met een hogere oppervlaktespanning harder aan de omringende vloeistof trekken dan het gedeelte met een lagere oppervlaktespanning (capillaire werking). Wanneer een glas met alcoholhoudende drank, bvb. wijn, wordt rondgedraaid in een glas kan men het effect goed waarnemen. De wijn glijdt namelijk niet zomaar gewoon terug het glas in. Uit de wijn op de wand van het glas zal alcohol(ethanol) verdampen. Aangezien ethanol een lager kookpunt (78°C) heeft dan water (100°C), zal er proportioneel meer (sneller) ethanol verdampen dan water. Hierdoor wordt aan dit oppervlak, nl. de wand van het glas, het ethanolpercentage lager dan in het glas zelf. Doordat watermoleculen sterkere intermoleculaire krachten ondervinden dan ethanol (meer en sterkere waterstofbruggen en een groter dipoolmoment), zal er aan het oppervlak een grotere spanning ontstaan en vloeistof, in dit geval wijn, uit het glas omhoogzuigen. Dit kan men waarnemen in de ring die zichtbaar is op het glas. Uiteindelijk treedt er druppelvorming op en door de zwaartekracht zien we de wijn “tranen”, de druppels die naar beneden vloeien. Omdat de ethanol snel blijft verdampen, blijft er vloeistof aangezogen worden en blijft het glas tranen.

Myhte G. Minerale kenmerken van de bodem zijn in de wijn te proeven.

Dit is één van de meest hardnekkige mythes in de wijnbeleving. Wijnproeverijen staan krom van de in de wijn geproefde en omschreven mineralen. Er wordt wat gesnuffeld  en geslurpt op zoek naar de in de wijn versmolten / verborgen mineralen van de ondergrond waarin de wortels met noeste vlijt en nijver deze hebben meegegeven aan de geoogste druiven om deze vervolgens weer als smaakpotentieel aan de uiteindelijk te drinken wijn door te geven. En dat alles zonder dat iemand met de ogen knippert of zich op een ander niveau daarbij iets afvraagt of enige tegenwerpingen biedt. In het boek “wijn van Nederlandse bodem” wordt op dit item gericht en onderbouwd ingezoomd op basis van wetenschappelijk onderzoek in combinatie met bodemkundige analyses en daarop gebaseerde getoetste conclusies. Meerdere decennia slurpen en snuffelen wijnproevers in (blinde) wijnproeverijen aan wijnen op zoek naar mineralen. Genoemde recente onderzoeken zijn hierin eensgezind en duidelijk. Graniet, kalk, leisteen etc…. van de wijngaardbodem zijn in de wijnen onmogelijk te proeven. Wijnstokken kunnen geen grondaroma’s en mineralen vervoeren naar de druiven en bovendien hebben mineralen op zich nauwelijks of zelfs geen smaak. Wel hebben de door de wijnstok via het regenwater relatief weinig opgenomen mineralen een functie in het groeiproces van de wijnstok.

Wat wel blijft staan is de proefterm mineraliteit  bij het beschrijvend wijnproeven. Bij het proeven van een wijn kan benoemd/beschreven worden wat men precies ruikt / denkt te ruiken; bijvoorbeeld krijt, graniet, natte kiezel, rokerigheid, graniet etc…….. Bij het opsnuiven van aroma’s die refereren aan aardbei, zwarte bes, citroen, mango etc……. denkt toch ook niemand dat één of meerdere van deze vruchten in de grond aanwezig waren en hebben bijgedragen aan de smaakbeleving van de wijn. Waarom zouden we dat bij de zelf waargenomen geur van tegen elkaar geslagen vuurstenen wel gaan denken? Vuursteen kan zeker wel effectief in de bodem aanwezig zijn, maar deze kan onmogelijk zijn geur/smaak via de wortels en wijnstok aan de druiven doorgeven. Vuursteen bestaat immers hoofdzakelijk uit het smaakloze silica. Bij de meeste naar silex-geurende wijnen kan er in de wijngaard tevergeefs op welke diepte ook naar silex in de bodem worden gezocht en zal er helaas geen vuursteen worden gevonden.

En toch blijven vele wijnboeren – met name over hun eigen wijnen – geloven/vast houden aan deze mythe. Zij verwijzen in dit kader volhardend naar de typische smaak van hun wijnen gekoppeld aan het terroir van hun wijngaard. Terroir mag in dit verband worden beschreven als het min of meer stabiele geheel van natuurelementen op een bepaalde plaats. Samen vormen die elementen het ecosysteem van de wijnstokken: klimaat, ligging van de wijngaard ten opzichte van de zon, reliëf, samenstelling van de bodem en de afwatering. Het terroir en de invloed ervan op de wijnstok worden mede bepaald door de wijngaardenier, welke zijn persoonlijke stempel drukt op het terroir door:

  • de wijze van aanplanten (breedte tussen de planten en rijen);
  • snoei ( bijvoorbeeld enkelvoudige of dubbele Guyot-snoei, welke laatste dubbel zoveel trossen geeft);
  • loofwandbeheer ( tijdstip en mate van ontbladering rondom de trossen en verwijderen van de dieven);
  • bodembewerking ( onkruidbeheer, bemesting, wel of geen begroeiing tussen de rijen).
  • wel of geen trosdunning.

De werkelijkheid van beschreven waargenomen mineralische aroma’s in de wijn is echter van een andere orde dan de meeste wijnboeren en anderen willen geloven c.q. wensen te accepteren, ja zelfs fervent afwijzen. Onzuivere, zure en fruitarme wijnen worden door eerlijke wijnboeren veelal verdedigd door te wijzen naar typische terroir-kenmerken uit de bodem van hun wijngaard. Het is een gegeven dat mindere toegepaste hygiëne tijdens het wijntraject, minder fruit en meer zuren en vaak aparte mineralische aardse smaakjes geven aan de wijn. In zulke gevallen is het gemakkelijk te verwijzen naar typische terroir-kenmerken van de wijngaard of zoals door velen genoemd ” goût de terroir” (= aardse of grondsmaak). Of anders gezegd: de mythe van de mineraliteit kan wijnboeren naar hun wijn doen kijken op een wijze die niet bevorderlijk is voor de kwaliteit. Als verdediging  stellen zij veelal dat hun schrale of ruwe wijn precies zo is als hij hoort te zijn: niet het rijpe fruit is volgens hen belangrijk, wel de expressie van het terroir van de wijngaard.

Als iemand bij het drinken van een Chablis of Sancerre te kennen geeft duidelijk de vuursteensmaak van de bodem (terroir) in de geur en of smaak “stelt=meent” te ontdekken, zou op zijn minst enige vraagtekens naar de steller hiervan geplaatst mogen worden. Want zoals eerder vermeld, zijn de meeste mineralen reuk- en smaakloos en zouden indien aanwezig niet door de druif kunnen worden opgenomen.

Ook volgens Kees van Leeuwen “wijnprofessor”aan de universiteit van Bordeaux houdt de terroirexpressie geen rechtstreeks verband tussen de mineralen in de bodem en de “minerale aroma’s” in de wijn.   “Een wijn smaakt niet naar de bodem waarop de druivenplant heeft gegroeid”.

Laat ik niet de illusie hebben dat de mythe van de mineraliteit op korte termijn zal verdwijnen. Deze is namelijk breed verankerd in de kijk op wijn. Politiek, commercie en romantiek spelen hierbij een rol van betekenis en daardoor zal deze mythe vrijwel onuitroeibaar zijn.

Mythe H. De kwaliteit van een wijn wordt bepaald door een medailletoekenning die de wijn verkregen heeft op een wijnconcours(=wijnkeuring).

Wijnen worden geproduceerd om uiteindelijk te worden verkocht. Daarbij is het voor de relevante partij(en) van belang dat een wijn goed “in de markt” wordt gezet. Kwaliteit en prijs zijn hierbij belangrijke componenten, die veelal hand in hand gaan. Hierbij geldt het economische principe dat de vraag naar een product mede de prijs bepaalt. Hoe groter de vraag, des te duurder wordt de prijs van de wijn.

Het kopen van een wijn zonder de nodige voorkennis van de desbetreffende wijn geeft veelal weinig aanknopingspunten tot keuzebepaling. In een slijterij kan een verkoper doorgaans nog gerichte informatie verstrekken, maar in een supermarkt sta je meestal aan te kijken tegen een enorm aanbod aan wijnen uit verschillende landen, streken en prijsklassen. Deskundig advies kan meestal niet worden verkregen. Resteert afgaan op intuïtie of uiterlijk van de fles en of etiket.

Maar hoe bepaal je als potentiële consument de kwaliteit van de wijn zonder één druppel te hebben geproefd?  Zonder gericht advies van een deskundig wijnverkoper zal je het dus op eigen kracht moeten bepalen. Maar hoe dan je keuze te bepalen?

De wijnbranche schiet de consument hierbij te hulp. Op vele flessen prijken immers toegekende medailles (médaille d’or, médaille d’argent, médaille bronze of stickers met bepaalde informatie) die dus een bepaalde kwaliteit suggereren. Maar zijn deze medailles of stickers wel de juiste indicatoren voor een kwalitatieve wijn ? Van een fles wijn, bekroond met een médaille d’or mag toch wel iets worden verwacht.

Zelf stel ik altijd dat je eigen smaak(beleving) bepalend is voor de kwaliteit van de wijn. De smaakbeleving van iemand anders hoeft niet met die van mij overeen te komen. Als een bepaalde wijn door mij als smaakvol wordt ervaren betekent dat niet dat anderen een soortgelijke waardering (moeten) hebben.

Zoals gesteld is de wijnbranche er alles aan gelegen dat de wijnconsument – zonder ooit te desbetreffende wijn te hebben geproefd – in de winkel toch kiest voor hun op de markt gebrachte wijn. In een schoenwinkel kunnen nieuw te kopen schoenen worden gepast; men kan er zelfs enkele meters in de winkel mee lopen. Wijn kopen is een kwestie van vertrouwen en ook een beetje avontuur, zo probeerde een wijnverkoper mij ooit tot koop te verleiden.

De wijnbranche is er echter alles aan gelegen om naast de info op het voor- en achter-etiket ook een prikkelende sticker te mogen bijplakken dat de desbetreffende wijn op wijnconcours X is bekroond met liefst een gouden medaille. Dit is bij de keuzebepaling mogelijk net de trigger waardoor tot aankoop van de wijn wordt besloten.

Hoe gaat dit alles nu in zijn werk? In oktober 2017 heeft het consumentenprogramma “Keuringsdienst van Waarde” uitgebreid hieraan aandacht besteed.

Onderstaand samengevat de meest opmerkelijke bevindingen van deze uitzending.

  • Goede wijn behoeft geen krans; topwijnen worden niet ter keuring aangeboden op een wijnconcours; deze zullen dan ook nooit een sticker dragen met een medaille-waardering.
  • Wereldwijd wordt op vele plaatsen(bijv. Brussel, Lyon, Parijs, Berlijn, Wenen etc…) een wijnconcours gehouden waar vooral wijnen uit het midden- en lager segment ter keuring worden aangeboden, vooral wijnen bestemd voor verkoop in grootwinkelbedrijven /supermarkten.
  • Het inleveren van een wijn bij zoveel mogelijk wijnconcoursen verhoogt de kans op het verkrijgen van een medaille; “je wint dan altijd wel ergens een prijsje”, zo werd gesteld.
  • Ingeleverde wijnen worden beoordeeld volgens het 100-puntensysteem. 6 juryleden proeven dezelfde wijn en de middeling hiervan is de eindscore. Juryleden zijn veelal amateur-wijnproevers en volgens de vertegenwoordiger van het wijnconcours in Wenen werden op de wijnkeuring op dat moment 12650 wijnen geproefd uit 40 landen.75 punten kent geen toekenning van een medaille (= is volgens deze vertegenwoordiger geen aan te raden wijn maar krijgt wel een sticker); 87 punten is een médaille argent, met de aantekening van de woordvoerder van het wijnconcours dat dit geen geweldige wijn is. 90 punten geeft recht op een médaille d’or. Dit betekent niet dat de wijn de beste ingeleverde wijn is; 13-14% van de ingeleverde wijnen (betrof keuring in Wenen) ontvangt een médaille d’or.
  • 5-8% van de ingeleverde wijnen krijgt bij WMC (wijnconcours te Wenen) geen prijs of medaille of sticker.
  • Woordvoerder van WMC verklaart letterlijk dat wijnkeuringen business zijn omdat een producent op een wijnconcours de kans krijgt om punten (lees medailles of sticker) voor zijn wijn te krijgen. “Als je geen médaille of sticker hebt, verkoop je niets”, zo stelde de woordvoerder van het WMC.
  • Voor het wijnconcours in Wenen (WMC) moet de producent per ingeleverde wijn een inschrijfgeld betalen van 60 euro per te keuren wijn. Bij het toekennen van een medaille of sticker kunnen deze alleen via het desbetreffende wijnconcours tegen afzonderlijke betaling ( ongeveer 25 euro voor 1000 stickers) worden besteld/verkregen. De producent hoeft alleen op te geven voor hoeveel flessen hij stickers nodig heeft. De inkomsten van de organisator van een wijnconcours mogen dus substantieel worden genoemd.
  • Harold Hamersma ( Nederlandse wijnschrijver) stelde in het programma tav wijnconcoursen het volgende: er zijn hoogst onbetrouwbare wijnwedstrijden; er zijn onbetrouwbare wijnwedstrijden en er zijn niet zo betrouwbare wijnwedstrijden. Het is de bedoeling van deze commerciële organisaties om zo veel mogelijk wijnen te laten winnen.
  • Opmerkelijk was de mededeling van de eigenaar van Chateau Duc de Termes in Frankrijk; een chateau dat vooral bekend staat om zijn kwalitatieve witte wijnen. In 2015 en 2016 zijn op meerdere wijnconcoursen hun witte wijnen ter keuring aangeboden. Geen enkele ingezonden wijn heeft een prijs behaald. De wijnen van dit chateau worden vooral aangeboden in supermarktketens in Engeland. Op de flessen witte wijn van Chateau Duc de Termes staan volgens deze wijnboer in Engeland desalniettemin thans de volgende sticker “Beste wijnkelder van Frankrijk / cave de l’année 2017″. 

Mijn conclusie: het hele stickergebeuren / medailletoekenning is een louter commercieel gebeuren om de wijnen in het midden en lager segment beter te vermarkten. Er zullen zeker lekkere wijnen zijn, bekroond met een médaille d’or sticker. Echter, een garantie biedt dit zeker niet. En ook al zeggen 6 andere personen ( zie bovenstaand) een bepaalde wijn lekker te vinden; de drinker van een wijn bepaalt uiteindelijk zelf of de wijn aan zijn/haar smaakprofiel voldoet. En daar is niets mis mee!!!!!!!!!!

Een ervaring die hiermede strookt is de volgende. In 2016 bracht ik mijn vakantie door in de Provence. Een streek in Frankrijk waar het heerlijk toeven is en waar een heerlijk fruitige rosé op vele momenten van de dag mondstrelend is. Getipt door een wijnliefhebber kocht ik in de Intermarché een fles rosé “Les Restanques Bleues 2016”, bekroond met een médaille d’or. Een lekkere rosé met intense geur, fruitige en krachtige lengte en mooie afdronk. Prijs ongeveer 8 euro. Niet de goedkoopste, maar voor een uitstekende rosé had ik dit bedrag wel gerechtvaardigd. Meerdere flessen mee naar huis genomen en met veel genoegen opgedronken. Ook andere personen konden deze wijn bijzonder waarderen.

Eerste week in september 2017 ( één jaar later) waren we wederom in de Provence en onmiddellijk richting Intermarché om deze wijn te kopen. Het jaar 2016 was niet meer beschikbaar wel 2017. Wat vreemd dacht ik. Druivensap moet toch minimaal 3 weken na de pluk gisten, vervolgens lageren, filteren en tot slot worden gebotteld en een aantal weken tot rust komen. Dan zouden deze druiven half juli 2017 moeten zijn geplukt en verwerkt. Ja zelfs in Frankrijk en met een mooie zomer lijkt mij dit onwaarschijnlijk. Toch maar gekocht en na koeling diezelfde avond een glas ingeschonken. Nagenoeg geen geur, weinig smaak en geen lengte. Wel hetzelfde waren de prijs EN DE MÉDAILLE D’OR STICKER OP DE FLES. Mijn conclusie: weinig geur, maar wel wijn met een luchtje.

Mythe I.  Het geregeld drinken van enkele glazen wijn (alcohol) per dag is goed voor het menselijk lichaam.

Wijn is een consumptief product met nationale en wereldwijd breed verankerde belangen. De wijnboeren, wijncoöperaties, de vele toeleveringsbedrijven in de wijnbouw (bestrijdingsmiddelen, additieven, glas- en verpakkingsindustrie, apparaten, machines etc…) de overheid in relatie tot werkgelegenheid en accijnzen, opslaghuizen, transporteurs, toerismebranche, horeca, detail- en groothandel etc. pikken alle een graantje mee van de business in en rondom de wijnbranche. Voor alle belanghebbenden is het dus zaak dat de beeldvorming van de wijnbouw en de uiteindelijk te drinken wijnen in positieve zin wordt aangehaakt naar de uiteindelijke wijndrinkers. De relevante partijen hebben er dus alle belang bij dat de wijn bij de (potentiële) klanten positief op het netvlies landt. Dat gebeurt zeker niet vanzelf. De (potentiële) klant zal buiten de smaakbeleving van een wijn ook overtuigd moeten worden dat het drinken van wijn niet ongezond, maar zelfs positieve eigenschappen en invloeden heeft op de gezondheid. In het kader van een wereldwijde toenemende drang tot verduurzaming zal ook de wijnbouw hierin moeten meeliften. Ook binnen de wijnbouw is men tot de overtuiging gekomen te anticiperen op de wereldwijd sterk toegenomen vraag naar “eerlijke” smaakvolle wijnen. Veel wijndrinkers zijn bereid een hogere prijs te betalen voor dergelijke wijnen. In Frankrijk drinken ruim 40% van de wijndrinkers biologische wijnen en dit percentage zal in de toekomst alleen nog maar toenemen. In deze website wordt bij de verschillende onderdelen ook reeds aangehaakt bij de gezondheidsaspecten van het drinken van wijn /alcohol. Met enige regelmaat  worden in publicaties over wijn, t.v.-uitzendingen, boekbesprekingen over wijn, filmpjes op U-tube over wijn, (biologische)wijnbouw en wijn/alcohol de meest twijfelachtige zaken aan de orde gesteld. Opvalt dat er in vele gevallen slechts een gedeelte van het hele verhaal wordt verteld en dat met name de positieve elementen worden benadrukt en de eventuele negatieve aspecten aan de zijlijn worden geparkeerd. Lobbyisten zijn natuurlijk ook in de wijnbranche actief en de financiële belangen zijn groot. Maar er zijn zeker momenten waarbij een meer neutrale partij het vingertje omhoog mag houden om enig voorbehoud te maken en/of  twijfel mag uitspreken over een ruim aangezette lofzang en halleluja over wijn/alcohol. En natuurlijk geniet ikzelf van een lekker glas wijn, en dat mogen er op één dag ook 2 of soms zelfs 3 zijn, maar laten we graag onze beschouwingen over wijn, wijnbouw en wijn drinken niet toevertrouwen aan het land der fabelen en sprookjes en de wijndrinkers of onszelf het graag gewenste idee geven dat een geregelde wijnconsumptie van 3-4 of zelfs meerdere glazen wijn per dag als “gezond” mag worden beschouwd. Want er zitten toch volgens diegenen die het allemaal stellen te weten, stofjes in de wijn die heel goed voor ons lichaam zijn!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! En als het dan ook nog biologische wijn is, komt het helemaal goed!!!!!!!!!!!!!! Liefst zou ik het zelf ook willen geloven, maar de realiteit maant mij helaas toch tot het maken van het nodige voorbehoud bij al dat wishfull thinking. Het is immers niet verkeerd om in een goed gezelschap het glas te heffen en te genieten van een heerlijk samenzijn onder het genot van een glas wijn. De dag erna is er dan ook wel een moment dat men zich afvraagt of die lege flessen allemaal door dat gezellige gezelschap zijn leeggedronken. Het minder fitte gevoel van “the day-after” verraadt dan meestal naar jezelf dat dit best wel eens waar zou kunnen zijn. Dus acht ik het niet verkeerd om al die halleluja’s over wijn  aan een kritische beschouwing te onderwerpen. Hierbij wil ik mezelf niet buiten schot plaatsen, passend binnen mijn levensmotto ” beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald”. Vanuit de gewenste neutraliteit neem ik als uitgangspunt dat een dergelijk toetsmoment moet worden neergelegd bij een deskundig persoon op dit terrein, die geen belang heeft met de uiteindelijk bevindingen rondom de vraagstelling.

In Nederland zijn de volgende 4 personen autoriteiten op dit terrein die mijns inziens voldoen aan bovenvermeld profiel. De opgetelde bevindingen hiervan zullen voor mij de leidraad zijn op dit thema. Ook de (Nederlandse) Gezondheidsraad geeft een gericht advies op dit terrein.

  1. Professor Dr. Martijn Katan, hoogleraar voedingsleer.
  2. Professor Dr. Vincenzo Fogliano, hoogleraar voedingswetenschappen aan de universiteit van Wageningen.
  3. Dr. Ir. Astrid Postma-Smeets; expert voeding en gezondheid.
  4. Professor Dr. Aalt Bast is een Nederlandse hoogleraar in de toxicologie aan de Universiteit Maastricht en het hoofd van de vakgroep toxicologie.

Vertrekpunt: In een praatprogramma op de Nederlandse T.V. is een “wijnkenner” te gast om te praten over een door hem geschreven boek over wijn en met name de invloed van wijn / alcohol op het menselijk lichaam. Of anders door hem gesteld “regelmatige inname van alcohol heeft positieve effecten op bijna alle lichaamsfuncties”. Het gesprek wordt geopend over de wijn die op dat moment voor de gasten van het programma is ingeschonken. En al vrij vlug komt de opmerking ter tafel van de “wijnkenner” dat de Syrah-druif een hoog gehalte resveratrol heeft en dit stofje een bijzondere positieve betekenis heeft voor het menselijk lichaam (o.a. hart- en bloedvaten, kankerbestrijding …).  Eén van de presentatoren toont een potje tabletjes op de tafel met het opschrift “Resveratrol” en stelt hierbij nadrukkelijk “één pilletje uit dit potje, en dan zijn we 150 flessen wijn verder”. Met andere woorden: in één tabletje resveratrol uit dit potje zit evenveel resveratrol dan de hoeveelheid resveratrol uit 150 flessen wijn. Directe reactie hierop van de “wijnkenner” is dat een bewust kiezen van voeding en dingen die je tot je neemt, geregeld bewegen en met mate een glas wijn drinken, het gebruik van 3-4 glazen wijn per dag te rechtvaardigen is.

Onderstaand de reactie van Professor Dr. Martijn Katan, hoogleraar voedingsleer op bovenvermelde boekbespreking en laatst vermelde passage.

“Die man (= schrijver van bovenvermeld boek) houdt van wijn en zegt daar graag positieve dingen over. Het is ook zijn broodwinning; ik vind dat niet zo vreemd dat hij zo’n boekje maakt. Er zijn ook mensen die dat graag willen horen, maar met de wetenschappelijke feiten heeft het niet zoveel te maken. Het effect van alcohol op borstkanker begint al bij het drinken van 1 glas alcohol. Andere ziektes ten gevolge van alcohol beginnen bij 2-3-4 glazen per dag. Verder verhoogt alcohol de bloeddruk en beschadigt het de darmen. Voedingskundigen hebben zich nooit zo populair gemaakt dat alcohol + wijn goed voor je zou zijn”.

“Diegenen die 1-2 glaasjes alcohol drinken hebben minder kans op een hartinfarct. Maar dat zijn veelal ook mensen die bewuster eten, niet roken, meer bewegen en eerder medicatie gebruiken bij hoge bloedruk of te hoog cholesterolgehalte”.

Ook het T.V.-programma Radar legde nav bovenvermelde boekbespreking de volgende probleemstelling voor aan Professor Dr. Martijn Katan.

Radar: “En toch worden er vaak op basis van dergelijke onvolledige onderzoeken conclusies getrokken die de industrie goed uitkomen, zelfs als de onderzoeker duidelijk aangeeft dat de onderzoeksgegevens niet compleet zijn of dat er meer onderzoek nodig is “.

Antwoord Professor Dr. Martijn Katan: ” Ik zie hier maar één verklaring voor. Je wilt het niet zo duidelijk hebben. Dat de onderzoeker hiermee akkoord gaat, heeft te maken met de geldstroom voor wetenschappelijk onderzoek. Wiens brood men eet – of in dit geval – wiens wijn men drinkt, wiens woord men spreekt”.

Vraag Radar. “Maar zegt u nu dat wetenschappers worden gestuurd door opdrachtgevers ?”.

Antwoord Professor Dr. Martijn Katan: “Ja, wetenschappers moeten geld hebben voor onderzoek. De overheid geeft dat nauwelijks meer. Dan gaan ze praten met de alcoholindustrie en die zegt – nou ja – dat lijkt me een mooi onderzoek, maar kun je dat een heel klein beetje aanpassen. Als je nou eens zegt: het is nog niet bewezen hè. Kun je dat zeggen ?Natuurlijk hè, meer onderzoek is nog nodig; zo werkt dat”.

Vraag Radar. “Maar zit u nu niet uw eigen nest te bevuilen?

Antwoord Professor Dr. Martijn Katan: “Mijn nest is niet meer helemaal schoon, maar dat is niet de schuld van de wetenschap. Dat is eigenlijk ons aller schuld dat we zeggen “wetenschap moet maar betaald worden door de industrie”. Ja dan krijg je dit”.

  • Professor Vincenzo Fogliano; hoogleraar voedingswetenschappen aan de universiteit Wageningen.                                                                                                                                                                       Waarom deze mythe? ( dat het drinken van enkele glazen alcohol gezond is voor het lichaam). Deze mythe is ontstaan doordat wijn het middelpunt is van verschillende eetculturen zoals Italië, Spanje, Zuid-Frankrijk en natuurlijk is er een grote markt die baat heeft bij het promoten van wijn als een gezond product.
  • Je zou meer dan 100 liter wijn per dag moeten drinken om resveratrol actief te maken in het lichaam.
  • Het is niet reëel om te denken dat resveratrol in rode wijn een positief effect heeft.  
  • Dr. Ir. Astrid Postma-Smeets; expert voeding en gezondheid.                                                                                                                                                                                                 
  • Het drinken van 1 glas alcohol per dag kan het risico op bepaalde ziekten – zoals borstkanker – juist vergroten. Bepaalde onderzoeken laten zien dat een matig alcoholgebruik, waarmee wordt bedoeld dat maximaal 1,5 glas alcohol per dag wordt gedronken, het risico op sommige chronische ziekten , zoals hart- en vaatziekten en diabetes (type 2) , verlaagt. Alhoewel een positief effect is gemeten bij een kleine hoeveelheid, is dat geen goede reden om elke dag 1 glas alcohol te drinken. Alcoholgebruik vergroot namelijk het risico op verschillende vormen van kanker, zoals borstkanker. Daarom is het advies om geen alcohol te drinken of maximaal 1 glas per dag.     

Professor Dr. Aalt Bast, Nederlandse hoogleraar in de toxicologie aan de Universiteit Maastricht en het hoofd van de vakgroep toxicologie.

  • alcohol is niet gezond; dat weten we heel nauwkeurig; alcohol kan allerlei vervelende consequenties hebben, te weten : kankerverwekkend, effecten op hart- en bloedvaten, negatieve effecten op onder andere het centraal zenuwstelsel, de hersenen, de lever. ………………………..Als je toch alcohol drinkt, neem dan maximaal 1 glas
  • Ook de Gezondheidsraad geeft aan eigenlijk geen alcohol te drinken; maar als je dan toch drinkt, drink dan 1 glas per dag.     
  • Eindconclusie: Opgeteld denk ik dat ik weinig meer hoef toe te voegen aan bovenvermelde adviezen. Als er ’n wijntje wordt gedronken; probeer dit dan zoveel mogelijk te beperken; liefst tot 1 per dag.     
  •                                                                                                                                                                                                
  • Mythe J: Wijnen gemaakt van biologische druiven smaken beter en zijn gezonder dan wijnen van regulier geteelde druiven.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                
  •  In een filmpje over biologische wijnen van een Nederlands grootwinkelbedrijf worden biologische wijnen als volgt gepromoot,

“Biologische wijnboeren beschermen de wijnstokken tegen ongedierte of schadelijke insecten. Hiertoe zet de wijnboer natuurlijke middelen in, zaait bloemen of laat kippen in de wijngaard rondscharrelen. Hierdoor is het ecosysteem in de wijngaard in natuurlijk evenwicht en krijgen ziekten en plagen minder kans en belanden alleen de rijpste en gezondste wijndruiven in de wijn”.

Opmerking: Ook de reguliere wijnboeren beschermen hun wijnstokken tegen ongedierte of schadelijke insecten. Enig idee hoeveel kippen op meerdere hectaren moeten rondscharrelen om deze veronderstelling vorm te geven??? en worden de minder rijpe  en ongezonde druiven uitgeplukt of zelfs niet geplukt ??? Veel publicaties over biologische wijnen vermelden heel nadrukkelijk dat in de biologische wijngaard geen gebruik wordt gemaakt van chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest en dat dit ten goede komt aan het bodemleven van de wijngaard. Dan volgen er veelal opmerkingen over bloemen en klaver tussen de rijen en natuurlijke bestrijders van schadelijke insecten en andere belagers.

Wat niet wordt belicht is het gegeven dat ook de wijnstokken op een biologische wijngaard ontvankelijk zijn voor de verschillende bladziekten ( m.n. schimmels) en schimmelvorming in de trossen, met name bij ongunstige weersomstandigheden. Als bladziekten niet worden bestreden vindt er geen of onvoldoende fotosynthese plaats waardoor de druiven niet of onvoldoende afrijpen met voldoende suikers en aroma’s. En daar helpen in de wijngaard loslopende kippen echt niet bij. De biologische wijnboer zoekt veelal (preventief) zijn toevlucht tot het gebruik van Bordeauxse pap. De thans getoonde “inzet” geeft hier enige toelichting op (cursor plaatsen op Bordeauxse pap).

Het werkzame bestanddeel hiervan is kopersulfaat. Koper is een natuurlijk product en daarom toegelaten in de biologische wijnbouw. Chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest zijn immers verboden. Koper is echter heel toxisch (giftig) voor mens en dier. De wijngaarden (biologisch en regulier) worden na de bladvorming gemiddeld éénmaal per 14 dagen hiermede bespoten. Jaren hebben wij in de Elzas bij een wijnboer een BenB gehuurd. De wijnboer vertrok ’s morgens met een rode open tractor + spuitinstallatie naar de wijngaard. Als hij in de namiddag terugkeerde was zijn tractor en hijzelf helemaal blauw gekleurd van de kopersulfaat. Het is bekend dat veel wijnboeren op termijn te maken krijgen met huidkanker. De relatie naar veelvuldig contact met kopersulfaat en andere sproeimiddelen ligt voor de hand. Meerjarig gebruik van kopersulfaat heeft tot gevolg dat er nagenoeg geen bodemleven meer mogelijk is. Koper verdwijnt nooit meer uit de bodem!!!!!!!!!!!!!!!!!!

Onderstaand in bruine kleur de integrale omschrijving van Bordeauxse pap  zoals door Wikepedia vermeld:

Giftigheid.
Bordeauxse pap is beslist niet een van de minst giftige fungicides. Koper is als zwaar metaal potentieel schadelijk voor de gezondheid, maar het wordt nog steeds gebruikt in wijngaarden. De hoeveelheid koper die mag worden gesproeid in wijngaarden en de maximale hoeveelheid koper in de bodem is in Frankrijk aan wettelijke grenzen gebonden.

Het regelmatig toepassen van het middel in wijngaarden leidt tot accumulatie van koper in de bodem. Via uitloging wordt koper nauwelijks uit de bodem verwijderd. Sommige studies wijzen zelfs op een niveau van meer dan 200 mg/kg, terwijl het natuurlijke niveau tussen de 2 en de 60 mg mg/kg ligt. Deze hoge concentraties koper zijn toxisch voor micro-organismen, en zelfs ook voor de wijnstokken. Toepassen tussen het moment van bloem- en vruchtzetting leidt tot vruchtval. De aanwezigheid van een grotere hoeveelheid koper in de most is giftig voor de gist die verantwoordelijke is voor de alcoholvorming. Op Sauvignon blanc heeft de aanwezigheid van koper effect op het bouquet door zijn interactie met precursors van de geurstoffen. Recentelijk is ook voor rosé deze veronderstelling geuit toen daarin als een van de geurstoffen 3-mercaptohexanol werd aangetoond (koper wordt aan het zwavel-atoom gebonden).

————————————————–

Omdat dit thema als een rode draad door de gehele wijnbouw loopt, volgt onderstaand een tweede beschrijving zoals gevonden op internet.

Bordeauxse Pap – giftig kopersulfaat 

Het stond ooit bekend als vitriool. Het werd door wijnboeren gebruikt als afweermiddel tegen voorbijgangers die een trosje druiven meepikten. Om dit tegen te gaan werd een mengsel van kopersulfaat en kalk  op de druiven gespoten. De blauwe kleur moest een afschrikkende werking hebben. In de jaren tachtig van de negentiende eeuw ontdekte de botanicus  Pierre-Marie-Alexis Millardet (Montmirey-la-Ville, 13 december 1838 – Bordeaux, 5 december 1902) dat kopersulfaat hielp bij het bestrijden van schimmels.

Pierre-Marie-Alexis Millardet  was een Frans plantkundige en mycoloog. Hij studeerde aan de universiteiten van Heidelberg en Freiberg en werd later hoogleraar plantkunde aan de universiteiten van Straatsburg (1869), Nancy (1872) en Bordeaux (1876). Hij werkte samen met mede-ontdekker chemicus Ulysse Gayon  om een mengsel in de juiste verhouding te vinden.

Het middel kreeg bekendheid onder de naam Bordeauxse pap. Het mengsel van kopersulfaat en kalk laat zich moeilijk oplossen in water en levert aanvankelijk een papperige substantie op. Het is de eerste chemische fungicide pesticide die is ontwikkeld en geproduceerd. Het bleef tot vlak na de oorlog de voornaamste chemische pesticide. 

Het werkzame bestanddeel kopersulfaat is zwaar giftig voor mens en dier. Koper hoopt zich op in de bodem en heeft daardoor een funeste uitwerking op alle micro-organismen. Net als alle andere zware metalen hoopt koper zich ook op bij de mens wanneer deze er regelmatig mee in aanraking komt.

Het gebruik van kopersulfaat is in veel landen al aan banden gelegd. Frankrijk maakt nog een uitzondering voor wijnboeren. En ook de EU heeft het gebruik van kopersulfaat beperkt en wil nu overgaan tot een algeheel verbod.

Absurd  genoeg zijn het juist de BIO – tuinders die voorvechters zijn van het gebruik van Bordeauxse pap. Zij beweren dat het al een heel oud middel is, dat het een vrij onschuldig middel is en zelfs dat het een BIOLOGISCH middel is !
Het gevolg is dat zelfs op pagina’s die specifiek gaan over organisch / biologisch tuinieren, het middel herhaaldelijk wordt aanbevolen.

In Nederland is Bordeauxse pap niet meer verkrijgbaar (verboden middel !), in België echter nog wel. Het middel wordt door verschillende bedrijven geproduceerd en op de verpakking staat volkomen ten onrechte dat het om een BIO of zelfs een Ecologisch product gaat.

Het symbool met het zwarte kruis in een oranje vierkant op de zijkant van de verpakking, geeft aan dat dit middel een gevaar voor de gezondheid oplevert.  Die waarschuwing zegt eigenlijk al genoeg. Bordeauxse pap dient men nimmer in de tuin te gebruiken !

Tom Verhoeven
Auvergne, lente 2015

Noot: Als ik van bij mij thuis 5 minuten rijden met de auto in België een willekeurig tuindersbedrijf binnen stap, loop ik met zoveel Bordeauxse pap naar buiten als ik maar wens. En omdat er geen grenscontroles zijn, legt niemand mij iets in de weg. Wat betekent de Europese Unie op dit terrein????

En natuurlijk voldoen de biologische wijnboeren, door het gebruik van Bordeauxse pap, aan de voorwaarde om geen chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken, maar weinigen vragen zich hierbij af of dit alternatieve middel niet erger is dan de kwaal.

Maar op internet lees ik alleen maar dat biologische wijnboeren respect hebben voor de natuur, het bodemleven, de terroir etc. Ook zie ik op foto’s van biologische wijngaarden hoog opschietende bloemen en planten. Dit zijn de doorgeefluiken van de schimmelsporen die in de bodem hebben overwinterd (m.n. echte en valse meeldauw) naar de onderste bladeren van de wijnstok. Bij vochtige omstandigheden (langdurige vochtigheid / regen) ligt een dergelijke (contact)besmetting op de loer. Zoals ook in de Wikipedia-omschrijving is verwoord, verblijft er in de most een relatief hoge dosis koper die uiteindelijk ook terecht komt in de wijn en vervolgens ook in het menselijk lichaam. Dat is op zich niet zo vreemd als je bedenkt dat veelal om de 14 dagen preventief de koperbespuitingen plaatsvinden. Omdat niet alleen de bladeren, maar ook de druiven worden bespoten met kopersulfaat, hoopt zich door het hoge aantal bespuitingen het koper op rondom de druif. Bij het kneuzen en uiteindelijk persing komt dit terecht in de most. Uiteindelijk belandt de koper ook in het menselijk lichaam en wordt opgeslagen in de vetlagen, vrijwel identiek zoals PCB’s ( bijv. uit tonijn)  in het lichaam worden opgeslagen. Zolang het koper hierin is opgeslagen is er relatief weinig aan de hand. Echter indien de vetlagen om welke reden ook (bijv. vermageren) worden aangesproken gaat ook de eerder opgeslagen koper in het lichaam “aan de wandel”. En daar moet je niet bepaald blij mee zijn!!!!!!!!!!!!! Koper is, zoals eerder vermeld, toxisch.